zondag 16 februari 2020

Update

  1. Van Rolf van -Historisch Zeijen nu- krijg ik een foto aangeleverd van de ijsbaan anno 2020. Toegevoegd aan IJsspeedway artikel.
  2. Zwager Gerrit stuurt mij een link Youtube filmpje met politie zijspan oefeningen 1948. Zie deze link onder "Capriolen met een BMW motor"
  3. Opmerking van Bo en Margie. Tekst aangepast in het artikel "Sao Bartolomeu Messines"
  4. Opmerking van Ben Berends onder artikel Cartoon 1
  5. Cartoon toegevoegd aan artikel over de "Capriolen met een BMW motor"
  6. Cartoon toegevoegd aan artikel De Bolpink 1

Schaamte na vierenzestig jaar

Dit verhaal opschrijven valt me wat zwaar. De koptekst suggereert alsof ik er vierenzestig jaar over gedaan heb om mij voor dit verhaal te schamen. Niets is minder waar. Vanaf mijn zestiende ben ik een auto-didact, altijd verkennend en altijd lerend en een natuur- en dierenvriend. Ik was toen geabonneerd op Readers Digest "HET BESTE". Daarin stonden prachtige verhalen over de wereld en alles wat er op leeft. Inclusief de avonturen van mensen op trektochten door de wildernis. Vanaf die zestienjarige leeftijd is mijn liefde voor de natuur ontstaan. En misschien al eerder, in de tijd dat ik bij boer Piet Schoon werkte. Pas nu, na deze verklaring,  durf ik iets te bekennen. Ik was in mijn jeugd slecht voor leven in de dop. Geen boom was mij te hoog. Ik klom erin om vogelnesten leeg te halen. 

Zelfs de zwart-witte ekster, die een groot nest maakt boven in de dunne top van een boom, ontkwam niet aan mijn roofzucht. Dat het wel eens fout ging laat zich raden. In een dennenboom (houtduiven nesten) donderde ik eens boven uit de boom naar beneden. Maar omdat een den zoveel takken heeft uitstaan tot bijna aan de grond, werd mijn val gebroken en kwam ik er met schrammen en blauwe plekken vanaf. 



Met dank aan Koos Dijksterhuis https://dijksterhuis.net/category/natuurdagboek/ voor de foto. Een ieder die vogels, bloemen en de natuur lief heeft, raad ik aan deze website te bezoeken. 

Onder Oudemolen (Drenthe) was een veen met een meeuwenkolonie. Heel voorzichtig ging je in het water, omdat het veengrond tot vlak onder het wateroppervlak kwam en je steeds met je voeten naar harde grond moest voelen voordat je een stap verder ging. Met het water en de drab tot aan onze oksels durfden we verder. Lang niet alle nesten waren bereikbaar. Gelukkig maar, denk ik nu. Maar spannend was het ook. Je had altijd wat op je hoofd. Want de meeuwen vliegen krijsend vlak bij je langs. Pikzwart kwamen we* weer uit het water. De eieren in een zak boven ons hoofd dragend. 

De eieren werden uitgeblazen en er werden dikke koeken van gebakken. Een meeuwenei kon je niet koken als ik mij goed herinner. Die werden glazig en smaakten naar levertraan. De uitgeblazen eierschalen werden aan een touwtje opgehangen.

We kregen eens concurrentie van een groepje jongens uit een ander dorp, daar bij die meeuwenkolonie. Er werd eentje vervelend tegen me. Met mijn klomp sloeg ik hem op zijn hoofd. Dat was afdoende. 


Onderstaande Link geeft de situatie van veengrond en een meeuwenkolonie het beste weer. Klik op de foto en dan inzoomen. Dan zie je dat de nesten drijven op het drab of op oude boomstronken gebouwd zijn. Zo was de situatie bij Oudemolen ook.

https://wereldwandelen.files.wordpress.com/2019/07/img_1727.jpg


* Ik was nooit alleen. Samen met schoolkameraden en mijn oudere broer denk ik. Maar ik was wel de jongen die de hoge bomen met dunne toppen in klom met anderen die meestal toekeken.

Altijd hadden we lucifers op zak. Er gingen soms grote stukken natuur in vlammen op. Naast de spoorlijn bij Tynaarlo was er vaak wat af te branden. De treinen reden door de rook als de wind verkeerd stond.

Politieman Huisman uit Tynaarlo werd het te gortig. Huisman was een gezette man met een rond gezicht dat altijd leek te glimlachen. Wij, de Van der Weides, moesten bij hem thuis komen en we werden hard toegesproken.  We kregen straf. Twee weken mochten we het huis aan het spoor niet uit. Huisarrest na schooltijd en in het weekend. 





Die twee weken gingen snel voorbij. Want politieman Huisman gaf ook als opgave om een stapel van vijftig centimeter Donald Ducks uit te lezen die hij van zijn zolder haalde. Deels waren die nog in zwart/wit en de laatste jaargangen in kleuren uitgave. Dat was feest, want geld voor Donald Ducks hadden we niet.

De herinnering aan politieman Huisman uit Tynaarlo heeft nog steeds een warme plek in mijn hart.

woensdag 12 februari 2020

Op weg naar Lissabon

Nikolett vertrok 31 januari vanuit Faro in Portugal naar Hongarije. Voor het afleggen van haar examen verpleegster na een tweejarige intensieve studie. Het laatste halfjaar had zij dispensatie gekregen om op school aanwezig te zijn. Wegens haar zeer goede resultaten in de eerste anderhalve jaar.

De praktijklessen in het ziekenhuis heeft zij de laatste maanden in Hongarije in alle afdelingen meegedraaid. De baby afdeling, de psychiatrische afdeling, de eerste hulp, de intensive care, enz. En met haar neus bovenop vele operaties gestaan.

Alle memo’s met medische termen zijn van de kasten gehaald in ons Huis Op Wielen. (HOW) Maar na acht en twintig jaren samen, weet ik nu al dat onze HOW de komende maanden volgeplakt wordt met Engelse woorden. Dat wordt haar volgende project: Engelse Taal. Als medisch object krijg ik nu rust. Geen getrek en gedraai meer aan mijn ledematen en geen gefriemel en druk meer op mijn organen. (Onder het uitspreken van onbegrijpelijke Latijnse woorden)

Ik kan jullie melden dat Nikolett gisteren met vlag en wimpel is geslaagd voor theorie, mondeling en praktijk met niets dan tienen en een bijzondere vermelding. CUM LAUDE. Ik ben apetrots op haar.



Mijn zwager Gerrit arriveerde met wat vertraging op dezelfde dag. Het wegbrengen en het oppikken van passagiers met onze HOW was in Faro goed te doen.


We hebben lange strandwandelingen gemaakt. Wat niet mijn favoriete bezigheid is in het rulle zand. "s Avonds in bed is de brullende branding goed te horen.


In deze streek wordt hars gewonnen uit dennenbomen.
Een heel interessant artikel vinden jullie op de onderstaande link.
http://portugeest.blogspot.com/2016/09/portugal-maakt-het-11-hars-een-nieuwe.html


In Portugal en in Lissabon krijg ik het gevoel in Hongarije te zijn. Je merkt dat Portugal armer is dan Spanje. En economisch een beetje op hetzelfde niveau als Hongarije. Een favoriete uitspraak van mij is: “Het gaat goed met een land als je ziet dat woningen en gebouwen hersteld en vooral; geverfd worden”. In Hongarije zie je nu meer privé woningen opgeknapt worden in de armere landstreken. Hier nog niet.


Boven op de heuvel in Lissabon waar het grote kasteel staat, raken we wat verdwaald in een achterafstraatje. Twee jonge mannen zitten tegen een muur en een jonge vrouw ligt bevallig op de muur, haar kin ondersteunend met haar linkerhand. De Argentijnse jonge vrouw verkoopt tekeningen. Een nieuwe gitaar ligt naast een van de jongens. Ik word door de “gitaarman” aangesproken. Hij heeft een snor en een baardje en een hoedje op. En is slank en mager. En lijkt een beetje “stoned”. We krijgen een wiet rokertje aangeboden. Die we niet aannemen.

“Waar ben je geboren?” vraag ik hem. “In Hongarije” is het antwoord. Hij kijkt vreemd op als ik verder ga in het Hongaars. Vier kinderen telt het gezin in Hongarije en hij is de oudste. Op mijn vraag of hij genoeg geld verdient om te kunnen leven, wijst hij op de gitaar en vertelt mij dat hij enige dagen geleden de nieuwe gitaar heeft gekregen en dat hij nu intensief oefent. Zijn hand nemend en ronddraaiend zie ik blaren op zijn vingertoppen.

“Mis je jouw familie niet?” vraag ik hem. De tranen schieten in zijn ogen. “Ja” is zijn antwoord.

Ik geef hem tien euro. Voor de blaren in zijn handen. En omdat hij niet naar alcohol ruikt uit zijn mond. Om dat te controleren ga ik heel dichtbij staan. Wijs geworden in Hongarije. Een paar maal staart hij naar het tientje. Kijkt me dan aan en springt op me af. Ik krijg een dikke Hongaarse knuffel. Zijn ribben zijn te voelen. “Ah” zegt hij. “Dank je wel. Nu kan ik vlees kopen voor ons”. “Vlees?” vraag ik. Ja, ze hebben een kookpot en nu gaat hij voor hun drieën vlees kopen. We worden uitgenodigd om terug te komen en een hapje mee te eten.

De camperstop vlakbij de rivier de Taag trekt jonge mensen aan die er een alternatieve levensstijl op na houden. De beheerder komt langs en maakt een praatje. Hij lijkt me erg gemoedelijk.










De muur die de plaats omringd, is gedeeltelijk ontdaan van de kalklaag. En zo toveren die jonge kunstenaars gezichten. Prachtig. Kijk naar de laatste foto, ingezoomd, het gat in de steen is de oogappel van het gezicht van de middenste foto.





Aan de straatkant muurschilderingen.



Als een magneet word ik altijd aangetrokken door afgeleefde campers. In de hoek van het terrein was me dit “oudje” al opgevallen met daarnaast een oude Peugeot met een Nederlands kenteken. Welk verhaal steekt achter deze "klap camper" uit de jaren tachtig?

Maar van de bewoner de eerste avond geen spoor. Nu, deze laatste morgen, is Gerrit met hem in gesprek. En zo kom ik ook in gesprek met Adriaan Spronk. Bijna een evenbeeld van de “Hongaar”. Maar dan zonder baard, snor en hoedje. Maar wel dun en mager. En een gekwelde blik in zijn ogen.

Het blijkt dat hij na zijn laatste debacle in Nederland aan het zwerven is gegaan en hier in Lissabon op deze alternatieve camperstop is gebleven. Met zijn vriendin. Maar die is weer vertrokken. Die was gewelddadig, vertelt Adriaan.

Deze morgen is Adriaan wat zenuwachtig. Hij wordt door Portugese medewerkers van het restaurant op het terrein, beschuldigd van iets waar hij niets mee te maken heeft. Adriaan helpt een handje mee in het restaurant. Ik vertel hem dat je je tegen laster en leugens niet verdedigen kunt. Helaas door eigen ervaring wijzer geworden. De beste manier om je te verdedigen is die andere een knal voor zijn kop te geven. Maar dat zie ik Adriaan niet doen. Hij oogt wat zacht.

Maar hij heeft meer in zijn mars dan je op het eerste gezicht denkt. Met een 360 graden camera struint hij diverse zaken af in Lissabon om binnenshuis opnames te maken. Je moet daarbij denken aan de Google auto’s met de bolle camera op het autodak die de “Street View” produceren. En langzaam krijgt hij wat opdrachten.

Hij is deze morgen nerveus omdat hij bij de beheerder moet komen. Na een uur komt hij opgelucht melden dat hij mag blijven. Deze keer geef IK hem een spontane “Hongaarse knuffel”.

Tegen Gerrit zeg ik: “Hij heeft wel capaciteiten. Nu moet hij nog leren om zijn emoties onder controle te houden en zelfvertrouwen op te bouwen. En zich niet door anderen in een hoek laten zetten".

Als je zelfvertrouwen uitstraalt dan loopt jouw leven anders Adriaan! Dus hoofd rechtop, trek die schouders naar achteren en pep jezelf op voordat je binnenstapt bij een eventuele opdrachtgever. En laat die anderen die je slecht willen maken de klere krijgen. Laat het van je schouders afglijden. Visualiseer dat beeld: Uitgesproken drek dat van je schouders afglijdt.

Ik krijg toestemming om zijn verhaal te vertellen. Ik geef Adriaan mijn blogadres. En vertel hem dat mijn leven ook vallen en opstaan was. Met nog een paar goede Yoga tips neem ik afscheid van Adriaan.

Een uur later zie ik op mijn blog dat ik een nieuwe volger heb gekregen. 360 graden.

Wil je meer over het verleden van Adriaan weten? Klik dan op de onderstaande LINK.

https://www.metronieuws.nl/in-het-nieuws/2019/09/dream-and-donate-de-twee-gezichten-van-oergoed

vrijdag 7 februari 2020

Ons zwembad

In de zomer was “het Zeegse loopje” ons zwembad. Het water stond echter nog niet tot aan de kuiten. Met een schep staken we dan plaggen af en werd een dam gebouwd. Een flinke forse dam. Zodat je na een aantal uren tot je middel in het water stond.

De grote snoek die we altijd zagen in een dieper gedeelte aan de stroomafwaarts zijde van de dam, overleefde dat wel. Met een lus aan een stok probeerden wij die wel eens te vangen als hij stilstond. Tegen de stroom in zwemmend met wat geringe bewegingen van de staart en de vinnen. De lus voorzichtig van achteren over hem heen proberen te krijgen. Maar we hadden geen schijn van kans. Met een zwiep van de staart schoot de snoek dan vooruit tussen het groeisel op de bodem.

Tijdens het spartelen in het water hielden we altijd een oog gericht op de kant van de beek die drooggevallen was. Want daar kwam de veldwachter, lopende langs de beek, controleren waarom de beek geen water meer had.

Snel dan de dam doorgestoken en als een haas er vandoor. De watermassa achter de dam deed dan in korte tijd de rest.

De water opvoerpompen, die door de koeien bediend werden, kwamen droog te staan. Tegen melkenstijd, ongeveer vijf uur in de middag, als de boeren naar het weiland reden om de koeien te melken, stonden de koeien rond de pomp. Dorstig.

De boeren waarschuwden dan de veldwachter. Aan hem de ondankbare taak om vele kilometers langs de beek te lopen.

woensdag 5 februari 2020

Cartoon (1)



Van  al mijn herinneringen heb ik weinig foto's. Of helemaal geen, vooral uit mijn kindertijd niet.

Daarom gaat Maarten zo nu en dan een cartoon maken. Hier is de eerste die jullie in het artikel Bolpink I  vinden. 

dinsdag 28 januari 2020

Polsstok springen

In Tynaarlo woonden wij aan het eind van de Loopstukkenweg in een klein huisje naast het spoor. Het “spoorhuisje” werd het ook wel genoemd. Dit huis is tot op de dag van vandaag nog in de originele staat. Met de bedsteden en de houten deurkrukken en de handwaterpomp. In 2019 hebben Nikolett en ik nog een praatje gemaakt met de huidige eigenaar.

De komende verhaaltjes spelen zich allemaal af in deze omgeving. Wij hadden een actieradius van vijf tot zeven kilometer voor onze avonturen. Ik was niet alleen. Maar ik kan mij niet herinneren dat de twee zusjes Jannie en Joke die na mij geboren zijn erbij waren met onze kwajongensstreken. De oudste, broer Evert, neem ik aan van wel. Maar er kwamen ook jongens van de basisschool uit Tynaarlo naar ons toe. Vlakbij ons huis kruiste de beek “het Zeegse loopje” de weg naar school.

Ook niet ver was een bos met Elzenbomen. Mooie rechte stammen. Van Elzenhout worden onder andere stelen van hamers en bijlen gemaakt. Omdat het hout sterk en buigzaam is en weinig noesten heeft. Hadden we een polsstok nodig, dan ondernamen we een tocht met de bijl naar dit bosje en thuis werd dan de schil eraf gehaald en de stok een tijdje te drogen gelegd.

De beek kronkelde door het landschap. En bij sterke bochten was de beek behoorlijk breed. Soms wat minder breed, soms wat meer. Maar er was ook een bocht waar de polsstok diep in de modder wegzakte als je bij de sprong ongeveer verticaal was.



De jongens die nieuw waren mochten eerst oefenen op gemakkelijke plaatsen. En dan werden ze naar de "modder bocht"  gebracht. Wat een lol hadden we als de stok halverwege de sprong diep in de modder zakte en de springer los moest laten. Hij was dan kletsnat en zwart tot zijn knieën.



Deze foto geeft de omgeving van "Het Zeegse loopje" goed weer. 

zondag 26 januari 2020

IJsspeedway

Het werd winter. En ik had gehoord van ijsspeedway. Dus de rubber achterband van de motor gehaald en spikes op de velgen gelast. Primitief, vast en zeker want geld had ik niet. Maar boer Piet had een lasapparaat op 220 Volt. En daar kon ik redelijk mee overweg. En een gaatje in de velg is snel geboord. En spijkers waren er genoeg.

In Zeijen werd in de winter altijd een stuk weiland onder water gezet. Dat gebeurt ook nog vandaag de dag. 


Deze foto is genomen door Rolf in februari 2020

De ingang was tegenover wagenmakerij De Poel. Maar aan de andere kant van de ijsbaan kon je ook op de baan, je kroop dan onder het prikkeldraad door.

Ik wilde de motor met "zijspan" op het ijs uitproberen. Maar via de hoofdingang durfde ik niet naar binnen. Dus het prikkeldraad losgehaald aan de zuidzijde en zo kwam ik op het ijs.

Dat was dolle pret want al gauw had ik een sliert schaatsers (kinderen) achter de motor aan. De eerste hing aan een stuk touw, de rest hield elkaar vast. Totdat ik boven het geraas van de motor kreten hoorde. “Boes, Boes’ riepen de kinderen. Omkijkend zag ik politieman Boes de hoofdingang binnenkomen. Maar daarop was ik voorbereid. Snel naar mijn sluip uitgang en er vandoor.



De ijsbaan in Zeijen. Met dank aan "Historisch Zeijen" 

De laatste vier verhaaltjes waren een sprong in de tijd vooruit. Met de komende verhalen nemen we de draad weer op van de tijdlijn, van negen tot dertien jaar. Maar als die herinneringen verteld zijn, komen we weer uit bij boer Piet. Want over die twee jaar boerenarbeid heb ik nog niet alles opgeschreven. Met plezier denk ik nog steeds aan die tijd terug. En als ik in Drenthe ben, ga ik vast even op de koffie bij Hermien Schoon. De vrouw van Bram Schoon. De ‘oude boer Piet’ was haar schoonvader. Hermien helpt mij op dit moment om de Schoon familiebanden weer op een rijtje te zetten. Waarvoor dank Hermien!!

Rechtsomkeert


Toen de schrammen en de kneuzingen weer wat geheeld waren ging ik er regelmatig met de rode motor op uit. Steeds over zandwegen want ik was als de dood om politieman Boes uit Zeijen tegen te komen.

Ik wilde hetzelfde kunststukje leren als boer Van de Poel met zijn BMW. En na veel oefenen kreeg ik mijn melkkar zijspan in de lucht en kon zo kilometers op twee wielen rijden.

Via de Verlengde Binnenweg in Zeijerveld kon je achterlangs door het veld en de bossen in Zeijen komen. Dat lokte want je wilt je motor aan je vrienden laten zien. En zo ondernam ik dan op een dag weer de tocht naar Zeijen. Halverwege op een recht stuk weg----Oeps. Daar kwam politieman Boes in de verte aanfietsen. Als een haas draaide ik de motor om. 


Maar de motor sloeg af. Dat gebeurde wel vaker. Want mijn platte batterij was met een gestripte eind elektrakabel gewoon om de lip van de batterij gedraaid. En dat schoot wel eens los. Ik kijk naar beneden en ja hoor, los!! Zenuwachtig onder mijn arm door kijkend zag ik politieman Boes steeds dichterbij komen. Draadjes weer om de plus en de Kickstarter naar beneden trappend sloeg de motor aan. Gas!! 

Tien meter verder…. KNAL!! Met het zijspanwiel tegen een afgezaagde boomstronk. Het lichte melkkarrad lag dubbel. Maar vanuit staand de motor scheef gehangen en weer gas. Op twee wielen kwam ik voorbij de woning van Karel van der Velde. Snel achter zijn huis de motor geparkeerd. Samen met Karel zaten we in de woonkamer voor het raam te wachten.

Na vijf minuten fietste politieman Boes kalmpjes voorbij. Natuurlijk wist hij wie ik was. Ik moest een paar maal bij hem thuis (Beatrixlaan 8 in Zeijen) op visite komen om mijn laatste streken te bespreken. Maar ja, het was deze keer niet “op heterdaad betrapt”. En misschien had hij wel een binnenpretje over de haast waarmee ik slingerend door het rulle zand en met de zijspan omhoog weg schoot.   

zaterdag 25 januari 2020

De bolpink II


Boer Piet Schoon had een broer: Rens Schoon. De zoon van broer Rens heette Bram.

Neef Bram kwam een dag op bezoek. Het klikte wel tussen ons. Hij was zeeman. En thuis met verlof. Het was een grote forse jongen, een paar jaar ouder dan ik. 

Boer Piet had de gewoonte om vroeg in de morgen om zeven uur het werk uit te delen. Vaak stond hij dan in de deuropening van de boerenschuur, met zijn handen de deurposten hoog omklemmend. Die dag kreeg ik opnieuw de opdracht om een bolpink uit het weiland te halen. Weer van het “het vliegveld” jawel.

Maar eerst moesten de dagelijkse klussen in de morgen gedaan worden. Het liep tegen tien uur dat ik daarmee klaar was. Boer Piet had een nieuwe Volkswagen kever gekocht. Met misschien honderd kilometer op de teller. 
Een hele mooie lichtblauwe. Ik zag boer Piet nergens. Hij was met iemand anders op stap. “Laten we de Volkswagen meenemen, de sleutels zitten in het contact” zei ik tegen neef Bram. “Ben je gek, joh” zei neef Bram. Maar ik zat er al in en reed de garage uit. Bram kwam naast mij zitten en zo reden we naar "het vliegveld” * 

Dat was een heerlijk ritje. De bolpink een hoorntouw omgedaan en omdat Bram niet durfde te rijden, liep hij voor mij uit met de pink. En zoals gewoonlijk bleef de jonge koe soms gewoon staan. Geen zin om verder te gaan. En de brug was nog eens niet in zicht. Bram trok dan aan de pink maar kreeg het geen meter verder. Voorzichtig reed ik telkens met de Volkswagen kever tegen zijn hakken aan. Dat ging lange tijd goed. Totdat KLAP!!! Een grote knal tegen de nieuwe auto. De pink had hard achteruit geschopt.

Ik nam de schade op. Er zat een forse deuk in de kofferbak aan de voorzijde. Pffft. Wat te doen. Want boer Piet kon vreselijk kwaad worden en schelden dat horen en zien je verging.

Vlak voor de brug aan de linkerzijde woonde boer Van Riel. Daar ging ik heen met de beschadigde auto. Gelukkig was hij thuis en ik vertelde hem wat ik had uitgespookt. Boer Van Riel bekeek aandachtig de schade. Hij tilde de kofferdeksel omhoog en haalde een richel paaltje. Met een ferme tik sloeg hij die tegen de onderkant van de deuk. PLOP zei het blik en er was bijna niets meer te zien. 


Dolgelukkig parkeerde ik de nieuwe auto weer in de garage.

Boer Piet heeft nooit wat geweten. Iedereen hield zijn mond stijf dicht.






Voor een stukje geschiedenis over het land van boer Piet Schoon dat "Het vliegveld" werd genoemd kijk op: https://www.drentheindeoorlog.nl/?aid=365

De verborgen rode motorfiets

Boer Piet Schoon in Zeijerveld had een gemengd bedrijf. Melkvee en landbouwgewassen.

Ik was dertien jaar en een paar maanden toen ik daar ging werken. Dit verhaal springt ook weer wat vooruit in de tijdlijn. Later komen er nog meer verhalen over de mooie tijd bij boer Piet.

Op een morgen was ik aan het opruimen in een hoek van de kapschuur. Wat oud stro bij elkaar halen en gebruiken als strooisel onder de koeien. Mijn vork stootte op iets hards. Met mijn handen ging ik verder het stro weg te nemen. Er stond een oude rode motorfiets onder het stro. En het stond daar duidelijk al heel lang. Want boer  Piet stond er ook wat vreemd naar te kijken. Ik vroeg hem of ik mocht proberen om in mijn vrije tijd de motor weer aan de gang te krijgen. Dat mocht.

En zo zat ik een paar avonden en een weekend te zwoegen om alles een beetje op te poetsen. De cilinderkop eraf gehaald en de koolstof aanslag verwijderd. Wat benzine gekocht. Een accu was niet meer aanwezig. Maar in die tijd kon je platte batterijen kopen van 4.5V . Wie kent deze nog? Er zat een lange plus lip aan en een kortere min lip.

Achter de kapschuur bij de oude rommel vond ik een melkkar. Dat was een kar met twee wielen en een lange stang waarmee je de stalen melkbussen, zes in getal, van de stal naar de weg kon brengen. Maar deze melkkar was buiten dienst. Dus zaagde ik de trekstang en een wiel er af en laste de “bak” met het andere wiel aan de motorfiets vast.

Op een dag was het zover. Van tevoren had ik de motorfiets al eens gestart gekregen. Het was een Husqvarna, rode kleur en met de versnellingshendel aan de rechterkant van de tank. Ongeveer honderdvijfentwintig CC.

Het was schafttijd en ik verkondigde dat ik ging rijden. De collega-boeren arbeiders en boer Piet stonden met zijn tienen belangstellend toe te kijken. Naast de boerderij was een meidoornhaag. De motorfiets startte knetterend en ronkend. Blauwe rook uitblazend.

Tja, wat doe je dan als jong ventje van bijna veertien? Veel bravoure natuurlijk. Vol gas er vandoor.

Wat ik niet wist: Een motorfiets met een starre zijspan wil eigenlijk altijd rechtuit. Ga je te snel een sterke bocht om naar rechts, dan gaat de zijspan van de grond (zie vorig verhaaltje -Capriolen met een BMW motor- ) Ga je naar links dan moet je hard aan het stuur trekken. Vanuit de achterkant van de boerenschuur moest ik sterk naar links draaien om de poort uit te komen.

Bloedend moesten ze mij uit de meidoornhaag halen. En er werd wat afgelachen. 




Wat een toeval. Mijn goede vriend Peter Doorn stuurde mij een berichtje met daarbij een profiel foto waarbij ik mij afvroeg wat hij daarop uitspookte. Het bleek dat hij een winter zijn broer Hans had geholpen. En broer Hans restaureert oude motorfietsen. Een mailtje aan Hans en ik kreeg deze foto. Hartelijk dank Hans!  Ik nodig iedereen uit om de website van Hans te bezoeken. Zie de link onder de foto. De moeite van het bekijken waard en als je een goed adres zoekt voor een motorfiets restaureren....ga naar Hans want met broer Peter heb ik tien jaar samengewerkt en zijn werk elektrotechniek werd altijd perfect afgeleverd. Vakmanschap zit hier in de familie, dat blijkt.