vrijdag 24 april 2026

Wat mij bezig houdt II

1 Miljoen vooraf betalen aan je vrouw. 

Jouwartikel in de NRC


 Ik dacht: Ik stuur dit niet. Alsof ik zeggen wil: " Kijk eens wat een goeie vent ik ben" En dat is niet de bedoeling. Ik hoop alleen én ik denk het ook, dat er meer mannen zijn die denken zoals ik.

Maar nu lees ik het stuk van. Als NRC-redacteur Nina Stefanovski ’s van vandaag en dan word ik zo triest en somber van. 

JapkeD. Mijn zus is als volks danseres lerarin een grote fan van Georgië. En ik moet zeggen: Die meerstemmige mannenkoren zonder instrument, vind ik indrukwekkend. Dus ben ik eens met haar mee gegaan en heb het land bezocht. Volgens mijn zus worden vrouwen daar op handen gedragen en kun je midden in de nacht, veilig op straat lopen. Zou dat waar zijn? Als grote uitzondering op bijna overal dat dit niet mogelijk is in de wereld?

https://open.spotify.com/track/09lV73VQrEQQTcGceiiI73?si=3MnCpyX9ReWGK5hewSJl8w

Als je daar eens naar wilt luisteren... Joke verzorgt optredens in Nederland. Haar whatsapp +31 65577 6268.

Nu mijn reactie op de 1 miljoen. 😀

Je hebt gelijk Japke!

Een vrouw zou dat moeten hebben tegen haar 65ste. Je berekening klopt! Vooral bij een inflatie van 2.5% per jaar. Dan is een miljoen over 40 jaar nog geen vetpot. (27/67)

Wat lees ik jouw artikelen graag.

Op mijn 22ste trouwde ik (1969) en ik zorgde er vanaf dat moment voor dat mijn vrouw "salaris voor het zorgen voor de kinderen" op haar eigen bankrekening kreeg.

Mijn tweede vrouw met wie ik nu 34 jaar samen ben, is 25 jaar jonger. En toen ik ons bedrijf verkocht, heb ik gedeeld. (2019) En haar deel is goed belegd en zal op haar 65ste een goed pensioen geven. Het rente op rente fenomeen. (Dividend op dividend in dit geval) Omdat zij niets opbouwt tijdens de jaren dat we nu op wereldreis zijn sinds november 2019. Zij is Hongaarse. En haar opgebouwd AOW tot haar 47ste is een lachertje. Mijn Hongaarse AOW is (25 jaar heb ik daar gewoond en gewerkt) 34.000 HUF p.m.

Van mijn deel van de verkoop leven we. Ik ben nu 79 en met hulp van day trading hoop ik het te redden samen tot aan mijn 90ste en haar 65ste, en verder. 😀

Ik vind het belangrijk dat een vrouw vertrekken kan omdat zij niet financieel afhankelijk is van haar man. In Hongarije een drama.

Hoe optimistisch ben je dat het beter wordt voor vrouwen? Ik ben erg negatief daarover zolang mannen niet anders gaan denken. Vrouwen die zorgen voor de kinderen moeten geld van haar man op haar eigen bankrekening krijgen. Voldoende om ook te sparen als dat het salaris van haar man toelaat.

Ik zou het vreselijk vinden als een vrouw bij mij moet vragen om geld voor haar boodschappen. (Boek van Turkse schrijfster Nilkun Yerli -Garnalen pellen- en haar voorstelling die ik heb bezocht)

De (te) zuinige vrouw die ik nu heb is ook niet altijd leuk. Het gaat eindelijk weer goed met nu "consistent" day traden. Maar ik mag niets aan haar overboeken nu zij een maand in Hongarije is bij haar moeder. 😀

Nu ja. Je kunt niets met mijn ontboezemingen. Je bent de enige NRC'er op wie ik reageer.

Het is vreselijk slecht gesteld met vrouwen in de wereld. Onderdrukt. Mishandeld, Miskent. Vermoord. Zelfde job maar minder geld dan een man.

Prachtige plaatjes van de aarde, door rondje om de maan. Mooie woorden van de astronauten als ze terug komen.

Mijn vrouw die me nu gedichten voorleest op Whatsapp over: "Alles is liefde" Brrr.. was het maar waar. Daar krijg ik kippevel van. Het klopt gewoon niet.

En dan maar niet spreken over de YouTube film die ik elke dag binnen krijg van de Oekraïnse nieuwsdienst. Wat een doffe ellende. Zoveel doden. RUSLAND. OEKRAINE. GAZA. LIBANON. SOEDAN. IRAN. Op deze prachtige blauwe bol. Verschrikkelijk.

Moest ik allemaal even kwijt. Geen antwoord nodig.

Ga door met het aan de kaak stellen van misstanden man/vrouw. Top!!

Groet

Jan

HOW

Aviana do Castelo Portugal

PS

Ik ben geen miljonair. Mijn vrouw wordt het hopelijk op haar 65ste.

De tijd rond mijn 35ste: failliet, gescheiden, alleen nog een slaapzak in bezit, vergeet ik niet. 10 jaar "ondergronds" Ga maar eens privé failliet. Wat een kloten wet van destijds. Ga je niet in verzet, dan ga je er aan onderdoor.

Mijn leven was vallen en weer opstaan. In 2008/2010, (ik was 60+) tijdens de banken crisis ging op het nippertje goed door heel hard te werken 6 dagen per week, 10/12 uur per dag.

En dan is het fantastisch om een vrouw aan je zijde te hebben, door dik en dun. Incl. een adoptie 2004 van een 4 jarige tweeling met een enorme rugzak aan problemen. Dat was een zware tijd. (Nu 25)

Man en vrouw als goed team zijn onverslaanbaar.

Mijn vrouw (54) maakt nu een moeilijke tijd door. Cakewalk hormonen*. Vader net overleden en een zware operatie. En nog aan het werk willen bij Artsen Zonder Grenzen. Zij blokt nu voor de Franse taal niveau B, een vereiste bij AZG. (Vind IK niet leuk, maar ik snap het wel)

* over de hormonen heb je geloof ik ook als eens geschreven. Ik snap werkelijk niet waarom de natuur dat zo bedacht heeft.

Mocht ik in herhaling vervallen... vergeef me. Dat moet de leeftijd zijn.

Gisteren maakte ik een wandeling. Op een gebouwde houten pad vanaf het strand. Een vrouw liep 100m voor mij. Op het moment dat ze achterom keek, ben ik gestopt. Het lijkt me niets om vrouw te zijn. Altijd op je hoede moeten zijn.

Ik weet nog niet of ik op de verzendknop druk. Even een nachtje over slapen.

21042026 23.52

Verzonden vanaf mijn Galaxy


Wat mij bezig houdt I

 

Dag C...! 

Ik las net jouw interview in de NRC en ik heb direct jouw boek gekocht op KOBO READERS. Toeval bestaat niet? Ik discussieerde deze morgen met een vriend en met mijn zoon en dochter per WhatsApp over “Hoe mijn vader een Nederlands paspoort kreeg”, ook in de NRC. Mijn dochter is bijna 40 jaar getrouwd met een Turkse man. En ik vergeet nooit wat er gebeurde toen ik met hen (ze waren nog niet getrouwd) op vakantie ging naar Turkije. En vlak daarna las ik over jou en jouw vader.

Wie ben ik? Jan van der Weide. Geboren april 1947 in Drenthe. Arm als een kerkrat waren we. Tweede van tien kinderen. Met dertien ging ik werken op het boerenbedrijf waar ook mijn vader eerder gewerkt had.

Die korte “boerentijd” zit diep in mij met fijne herinneringen. Tot op de dag van vandaag probeer ik op mijn reizen met boeren in contact te komen om te horen hoe het ervoor staat. In Canada en de USA (2024/2025), zoekend naar een plekje om met ons 16 ton expeditie voertuig te overnachten, zette ik vaak de HOW (Huis Op Wielen) op de mijlenlange toegangsweg tot de boerderij in afwachting van de (meestal) pick-up van de boer. En zo heb ik daar nu vrienden gemaakt en communiceren wij via WhatsApp. Rednecks en Trump-fans, en dus van de “andere kant” dan mijn levensinstelling. Maar het werkt goed voor onze pittige discussies (ICE bijvoorbeeld).

Vijftien was ik toen ik naar zee ging. Matroos. Achttien was ik toen ik voor vijf jaar tekende bij de landmacht. Op mijn tweeëntwintigste trouwde ik en we kregen een meisje en een jongen. 😊

In 1971 werd ik jachtenbouwer. Zonder enige ervaring vooraf. Dag en nacht werken, m.u.v. de zondag. In de late jaren zeventig, begin jaren tachtig klapte de economie in elkaar en gingen wij privé failliet. 13 medewerkers stonden op straat. Daar ontstond mijn eerste frustratie met het kort termijnbeleid van regeringen. Ooit van de NOM gehoord? Vermoedelijk spreken we over diezelfde tijdspanne als waarin jouw vader failliet ging?

Van de ene op de andere dag liet ik bedrijf en woning achter mij en huurde een rijtjeshuis in Zwolle. Daar was/werd ik diepongelukkig en een scheiding volgde. Ik denk dat het moeilijk is uit te leggen aan een niet-ondernemer wat een faillissement betekent. En wat een scheiding met je doet als uitleg aan mensen die niet gescheiden zijn. Mijn zoon kwam erachter toen hij zelf ging scheiden, ook met twee kinderen. Destijds heb ik een fout gemaakt door de kinderen zo plotseling uit hun bekende wereldje te halen. Dat werd mij later pas duidelijk toen zij al volwassen waren.

Ik kan mij de pijn en de bitterheid en het veranderen van stemgedrag van jouw vader heel goed voorstellen. Ik ga hier niet vertellen wat mij allemaal overkwam met overheidsinstanties en de curator en de banken (met uitzondering van de RABOBANK, daar heb ik als grootste schuldeiser nooit iets meer van gehoord).

In elk geval besloot ik ondergronds te gaan. Ik liet mij uit het gemeenteregister uitschrijven na een nare ervaring met een gemeenteambtenaar in Haarlem. Maar ik bleef nog een tiental jaren in Nederland wonen, onvindbaar voor de autoriteiten. Daar heb ik nu de “straf” voor: 50% AOW. Maar nog steeds vind ik dat het een goede beslissing was. Anders was ik een negatief persoon geworden, steeds vechtend tegen de bierkaai, lees: vechtend tegen de regering.

Om mij te wapenen voor het geval dat ik ooit “gepakt” zou worden, verzamelde ik alle parlementaire onderzoeken, te beginnen met de Lockheed-affaire van Prins Bernhard tot en met heden, nu het Toeslagenschandaal. En de plannen van het huidige minderheidskabinet dat de net afgesproken pensioenleeftijd weer om wil gooien. Omdat ik dacht: op hoog niveau wordt er gerotzooid. En vooral de politiek met hun kort termijnplannen die je als ondernemer vaak hard kunnen raken. Maar als arbeider loop je de meeste kans om gestraft te worden als je uit het gelid loopt. Ik zag mijzelf voor een rechter mij al verdedigen (nooit gebeurt 😊).

Begrijp me goed. Ik had in die tien jaar niets met criminelen te maken. Drugs of gestolen goederen of andere dingen die mensen zouden benadelen. Maar ik heb toen die tien jaar “ondergronds” wel geleefd en geld verdiend en ik ben een positief mens gebleven.

Uiteindelijk geëmigreerd. En daar mijn 25 jaar jongere vrouw ontmoet, met wie ik van nul af aan (maïs omgehakt om plaats te maken voor een nieuw te bouwen jachtbouwbedrijf) begon met een krediet van 330.000 euro van die buitenlandse bank, gekregen op mijn bedrijfsplan en mijn blauwe ogen! We zijn nu 34 jaar samen en hebben nog een 4-jarige tweeling geadopteerd op mijn 58ste. Nu zijn ze 25.

Dertig jaar lang leef je wel met het gevoel: “Oh, oh. Wat als een bank mij weer vindt?” Die dertigjarige periode uit de faillissementswet van die tijd is voorbij en ik kon mijn kinderen en sommige vrienden vertellen wat ik tien jaar had uitgespookt om het hoofd boven water te houden. 😊

Toen ik 71 was, zei mijn vrouw: “Als je nu niet stopt….. dan…”. Huis en haard en bedrijf verkocht. Nu wonen en trekken we door de wereld. Nu gaan wij het zevende jaar in. Mijn vrouw wil werken bij Artsen Zonder Grenzen, dus ik zal straks langere perioden alleen zijn. Daar zie ik tegen op. Maar wie ben ik om tegen haar te zeggen dat ik dat niet wil? Zij is nu 53. En wie begon helemaal nog eens opnieuw na de bankencrisis? Was ik toen niet 50+? Ha, ha. Ja, ik was 50+. Dus daarom steun ik haar met haar studie talen op B-niveau. Na B-niveaus Engels, Nederlands en Duits gehaald te hebben, moet zij helaas een B-diploma Frans halen voor een baan bij AZG.

Het wordt tijd dat ik stop. Deze brief is uit opkomende emoties geschreven door het lezen van jouw interview in de NRC en het faillissement van jouw vader. Wel een rommelige brief vrees ik. Ik studeer veel momenteel. Geen pensioen en weinig AOW, dus werk ik nog steeds vele uren per dag om een 2.500 per maand binnen te halen. Dat lukt. Ik ben een gelukkig mens met 4 kinderen, 5 kleinkinderen en een fantastische vrouw voor wie ik veel respect heb. Die nu haar eigen weg gaat na het misschien wel mentor-traject met mij. Ik noem mijzelf een gepokt en gemazelde man die niet meer stuk te krijgen is. Met uitzondering van ellende voor mijn geliefden uiteraard.

Ik hoop dat jouw boek heel veel verkocht wordt. En ik begin zo gauw mogelijk jouw boek te lezen. Ik voel mij verwant met jouw vader. Gescheiden van zijn land en vee en alles wat bij het boer-zijn behoord. Wellicht was ook zijn vader boer.

Groet, Jan en Nikolett

Nu: Portugal, zaterdag 28 maart 2026

PS 1 Waarom stemmen zoveel mensen rechts? 20%? De helft is een proteststem, lijkt me. Ik zal nooit stemmen op Wilders. Maar wel op een partij die “anti” is in de tijdsperiode dat je je in de steek gelaten voelt. Zoals toentertijd Fré Meis van de CPN in Nederland.

PS 2 Vaak probeerde de Sociale Dienst om de kinderen uit huis te halen. Maar mijn vader vocht als een leeuw voor ons met ingezonden stukken in het Nieuwsblad van het Noorden. Motief? We waren armoedig gekleed wellicht. Want mijn vader rookte niet, dronk geen alcohol, sloeg ons niet. En hij had vaak een tweede klus erbij: mesthopen met de mestvork uit elkaar strooien. Hij leerde ons allerlei praktische dingen. Een vader die twee keer in de oorlog tewerkgesteld werd in Duitsland en 2 keer vluchtte. En die in de laatste oorlogsmaanden een hut in het bos had gebouwd om niet opnieuw gepakt te worden. En die arme moeder hield van ons, ondanks dat ze bijna altijd in verwachting was. Iedere 18 maanden een kind baren. Eigenlijk verschrikkelijk.


donderdag 14 mei 2020

Update

  1. Cartoon 8 toegevoegd aan het artikel "De gevaarlijke hond in het bos"
  2. Cartoon 7 toegevoegd aan het artikel "De stoeltjes boom"
  3. Cartoon 6 toegevoegd aan het artikel "IJsspeedway"
  4. Een herinnering van zus Joke ingevoegd in artikel: De hut naast het spoor
  5. Een herinnering van zus Joke ingevoegd in artikel: Ons zwembad
  6. Cartoon 5 toegevoegd aan artikel Ontdekkings tochtje? (Mollenvanger)
  7. Cartoon 4 toegevoegd aan artikel Schaamte (Donald Duck)
  8. Cartoon 3 toegevoegd aan artikel Schaamte (Meeuwen Kolonie)
  9. Albert Timmer uit Zeijen heeft mij geschreven. We corresponderen nu met e-mail.
  10. Van Rolf van -Historisch Zeijen nu- krijg ik een foto aangeleverd van de ijsbaan anno 2020. Toegevoegd aan IJsspeedway artikel.
  11. Zwager Gerrit stuurt mij een link Youtube filmpje met politie zijspan oefeningen 1948. Zie deze link onder "Capriolen met een BMW motor"
  12. Opmerking van Bo en Margie. Tekst aangepast in het artikel "Sao Bartolomeu Messines"
  13. Opmerking van Ben Berends onder artikel De bolpink 1
  14. Cartoon 2 toegevoegd aan artikel over de "Capriolen met een BMW motor"
  15. Cartoon 1 toegevoegd aan artikel De Bolpink 1

vrijdag 8 mei 2020

Opgepakt door de politie in Gieten

Vanuit Tynaarlo fietste ik naar Assen naar de Ambachtsschool. Zeventien kilometer. In de winter met de bus. De bus stopte bij het hunebed van Tynaarlo. Als ik mij goed herinner ging ik 's morgens lopend langs het spoor naar de bus. Dat was een tien minuten lopen.

Wij verhuisden terug naar Zeijen. Aan de Rheeërweg was voor het grote gezin een veel te klein huis beschikbaar. Waarom wij uit Tynaarlo vertrokken weet ik niet. De rit naar de “blikfabriek” was daardoor veel langer voor mijn vader. Maar voor mij was het minder kilometers op de fiets naar Assen. De helft.

Op de Ambachtsschool werd ik bevriend met Karel Bos. Een lange slungel. Karel had een mooie nieuwe DKW-brommer. Bij hem achterop reden we naar Gieten waar hij woonde. En dan bleef ik bij de familie Bos slapen. Karel nam mij altijd mee het bos in. Eieren uit nesten halen. Ook hij had een hut in het bos gebouwd. En toen wij daar naar toe liepen en al dichtbij waren, moest ik vertellen waar die hut was. Maar ik zag niets. De hut was helemaal onder bruin blad verscholen.

Vader Bos en Karel hadden vaak gesprekken waar ik niets van begreep. Een soort geheim taaltje.

Op een dag pikte de politie mij op toen ik even alleen door het dorp liep. Mee naar het bureau. En daar werd ik uitgehoord wat wij uitspookten in het Gieter bos. Ik wist van niets. Dus kon ik ook niet veel vertellen. Behalve dat we speelden in het bos en soms gingen zwemmen.

Toen de vriendschap langer duurde en Karel mij leerde hoe ik strikken moest zetten voor hazen en konijnen werd het mij langzaam duidelijk wat de politie toen wilde weten. De familie Bos stond in heel Gieten bekend als stropers.

Op school was het niet leuk. Andere kinderen hadden altijd geld om bij de patatzaak een “puutje” patat te kopen voor een kwartje. Ik kreeg geen geld. Dat was er doodgewoon niet. Huiswerk maken thuis was ook niet mogelijk. We sliepen met zijn allen op zolder dicht bij elkaar. Dus toen ik regelmatig spijbelde, besloot mijn vader dat ik dan maar moest werken. Na anderhalf jaar op de Ambachtsschool ging ik werken bij Piet Schoon in Zeijerveld. Ik was dertien en een half jaar.

En zo kom ik weer bij de mooie tijd bij boer Piet. Lees mijn volgende verhaaltjes.



zondag 3 mei 2020

De stoeltjes boom.

Altijd waren we in de natuur. Maar soms was ik alleen. Bomen waren mijn toevlucht. Dan zat ik op een tak met de rug naar de stam. Te luisteren. Te dromen. Verscholen tussen het dichte gebladerte. Bomen zijn een deel van mij. Toen en nu. Oude bomen kan ik niet voorbij gaan, zonder er vol bewondering naar te staren. Dan vraag ik mij af wat die boom allemaal gezien heeft aan zijn stam.  Mijn vader had ook iets met bomen. Hij haalde de jonge boompjes uit de natuur en plantte ze naast het toegang weggetje bij ons huis aan het spoor. Vaak kwam in het plantgat de volle WC ton. Vele malen in mijn latere leven kwam ik terug bij dat huis uit mijn jeugd. En zag toen wel dat Pa de bomen te dicht op elkaar had geplant.

Vlakbij ons huis aan het spoor stond een grote eikenboom. Die noemde ik de stoeltjes boom. Op onnoemelijk veel plekken op de kromme takken kon je heerlijk zitten. De stoeltjes boom kwam ik vorig jaar nog eens tegen. In Tsjechië. Die foto komt hieronder.

In Hongarije was het eerste wat ik deed, na aankoop van twee hectare boerenland; bomen planten. Nog voordat begonnen werd met de bouw van het huis en de loods. Met vijf tot zes meter tussenruimte. Dat wel. Met vallen en opstaan kreeg ik de bomen aan het groeien want de grond was  heel slecht. Maar Platanen deden het goed. En in twintig jaar tijd waren de door mij geplante bomen rondom het terrein, al hele grote jongens.

Soms sloeg ik mijn armen om de dikste plataan boom. En droomde ik over vroeger. Over mijn stoeltjes boom.




Mijn eerste rit op een paard.

In Zeijen was ik bevriend met Ebel IJbema. De zoon van een boer. Op een boerderij is altijd wat te beleven. Hij had  twee mooie zusjes, waarvan eentje donker haar en mooie donkerbruine ogen had. Anke heette zij geloof ik. Deze was een anderhalf jaar jonger dan wij. Heimelijk was ik een beetje verliefd op haar. Regelmatig kwam ik bij Ebel en dan ravotten we in het hooi. Wie is de sterkste. Ebel was sterk. Heel sterk. Zoals de meeste boerenzoons. Soms werkten we aan de opgaves die Pa IJbema ons gaf. 

Op een dag kwam ik de deel* op van de boerderij en ik hoorde dat mooie zusje duidelijk zeggen: “Ah, bah. Komt die vervelende vent alweer?“ Dat kwetste mijn kinderziel behoorlijk. Ik heb me omgedraaid en ik ben weg gegaan.

Een van de volgende dagen bezocht ik Ebel weer. En we moesten de twee werkpaarden naar het weiland brengen voor de nacht. Een zadel was er niet. Een goed halster evenmin. Ebel hielp mij op het zware werkpaard. Een Belgisch koudbloedpaard. Ebel ging voorop met zijn paard. Richting het Zeijer hunebed waar de weide was. Ongeveer anderhalve kilometer. Over het zandpad door het Zeijer bos, de straat oversteken en dan nog een eindje zandpad.

Ik kon niets anders dan mij vast te houden aan de manen van het paard. Want Hoh! Of Stop! roepend werkte niet. Ebel was een stuk vooruit en paarden willen bij elkaar blijven. Langzaam zakte ik naar één kant en dreigde van het paard af te vallen. 



Wat er gebeurde weet ik niet, maar bij aankomst hing ik onder de hals van het paard met mijn armen en mijn benen om de nek geslagen. Ebel lachte zich tranen in de ogen.

*Deel = een soort voorportaal in de schuur van de boerderij. Via de "deel" kwam je in het woonhuis.


zondag 19 april 2020

De hut naast het spoor

Wonen aan het spoor. De spoorlijn lag verhoogd tegenover de rest van het land. Naast het spoor was een verlaagd talud en dan weer een brede sloot. Wij groeven grote hutten in het talud. En de toegang was vanuit de sloot met een gang gemaakt van olievaten waar de einden uitgesneden waren. Vraag me niet hoe wij dat voor elkaar kregen. Over het gat boomstammetjes en dan allerlei takken materiaal en dan weer de plaggen er op die we vooraf afgestoken hadden. Na een tijdje zag je niet dat wij daar “gewerkt” hadden. De natuur legde er weer een mooi groen kleed overheen. Een zitbank in de hut was in de aarde niet uitgegraven. We hadden daar onze bijeenkomsten. Want we waren gelovig. Broer Evert was de dominee in de hut. Ook vandaag de dag lijkt hij nog op een zendeling. We zongen alle liedjes die we leerden van onze moeder. Zij zong veel christelijke liedjes. En Pa bediende het orgel. Liedjes uit een liederen bundel van Johannes de Heer: “Er ruist langs de wolken een lieflijke naam” en “Forward Christian Soldiers” en nog veel meer die ik tot op de dag van vandaag nog op mijn mondharmonica kan spelen. 




Mijn zus Joke herinnert zich nog: Ik weet nog precies de nummers die pa en ma mooi vonden. 
Mamme : o welk een macht heeft uwen liefde  Pappe: kinderen des konings , 
Als op de levenszee de stormwind om u loeit ..,, ( tel uw zegeningen)


In de hut hadden we onze samenkomsten. Totdat op een dag spoorwegarbeiders zich verwonderden waar die kinderen toch opeens verdwenen. Zo zag je ze, zo waren ze weg. Daarop kwam een onderzoek. Ze schrokken, want onze hut was veel te dicht bij het spoor. Onder toezicht moesten we de hut afbreken, dicht gooien met aarde en de aarde aan stampen.

Onze Pa werkte op de blikfabriek. Eerst moest hij fietsen richting het dorp Tynaarlo, dan tweemaal rechtsaf naar de fabriek die ook aan het spoor lag. Maar later kreeg hij toestemming om langs het spoor te mogen fietsen. In de winter scheelde dat veel. Want het hoge spoor werd dan door de wind van sneeuw vrij geblazen, waar de Loopstukkenweg vaak onder de sneeuwduinen zat. ’s Avonds als hij thuiskwam ging hij voor boeren aan het werk. Per hoop stront uit elkaar strooien kreeg hij daar een kwartje voor. Ik ging soms alleen naar het land 
om hem te helpen en ook die mestbulten uit elkaar te strooien . Daar hadden de spoorwegarbeiders iets over te zeggen. Naar me roepend: “Hé joh, is jouw vader te lui om te werken?”

In de zomervakantie probeerde ik bij een boer wat bij te verdienen. Een boer aan het begin van de Loopstukkenweg. Kinderen hadden ze niet. Hij loenste. Zijn ene oog keek een andere kant op. Je wist dan niet naar welk oog je moest kijken. Mijn werk was suikerbieten op enen aan het zetten. Dat zal ik uitleggen. De zaaimachines van die tijd legden een regel bietenzaad. Zo gauw als het zaad ontkiemde en de bietenplantjes uit de grond kwamen en drie centimeter hoog waren, moest in de rij plantjes een tien centimeter opening geschoffelt worden. Maar wel oppassen dat je de mooiste en sterkste liet staan. Je kroop op je knieën over het land met een handschoffel in je hand. Met een hete zon op je rug was dat afzien.

’s Middags bleef ik eten bij die boer. Warm eten. De boer liet dan harde scheten aan tafel, waarna hij bulderend begon te lachen. En zijn vrouw lachte dan hard mee.


Ik werkte drie weken bij hem. En ik kreeg geen cent. Het was betaald met de warme maaltijden vond hij. Mijn vader was boos en is nog naar hem toe gegaan. Telkens als ik nu in Tynaarlo kom, door melancholie gedreven over die mooie tijd, kijk ik naar die boerderij. Als hij daar nog gewoond zou hebben was ik beslist binnen gewipt om alsnog mijn geld te vragen.

Later in mijn leven liep ik naar mijn auto in Hongarije, in het centrum van Kecskemét. Een man kwam op mij af en vroeg mij om geld. “Waarom?” vroeg ik. “Ik ben helemaal komen lopen van Miskolcs” antwoordde hij. Dat is een afstand van honderdvijftig kilometer, bedacht ik me. Ik keek hem daarop ongelovig aan. Maar hij liet me zijn schoenen zien. Er zaten geen zolen meer onder. Hij probeerde te liften maar niemand nam deze sjofel geklede man mee. “Hoe komt het dat je geen geld hebt” vroeg ik. “En waar moet je heen?” Hij woonde in het zuiden van Hongarije. En hij had een baan als schaapsherder aangenomen in Miskolcs. Hij kreeg eten en drinken van de schaapskudde eigenaar. Maar geen geld. Omdat ik zeker wilde weten dat hij geen geld vroeg om drank te kopen, stelde ik voor om naar het treinstation te gaan. En een kaartje voor hem te kopen. Daar was hij heel blij om. Dus kocht ik op het station de ticket, eerst naar het Noorden naar Boedapest en toen helemaal naar het Zuiden waar hij woonde.

Samen wachtend op de trein, kwam ik aan de praat met een student. Hij studeerde in Miskolcs. “En waarvoor leer je dan?” vroeg ik hem. “Voor advocaat ” antwoordde hij. “Aha” zei ik. “Dan heb ik nu een eerste klus voor jou” En vertelde hem het verhaal van mijn tijdelijke vriend. Maar hij was niet gecharmeerd om deze schapenboer aan te pakken. 

Het leven in een HOW II

Jullie hebben al een tijd niet meer een artikel gezien. Dat spijt me. De Corona crises overvalt ons ook. Wat een geluk dat we net op tijd weg waren uit de overvolle Metro treinstellen in de ochtendspits van Madrid. We hebben onze visa voor Amerika in onze paspoorten staan en Nikolett heeft met goed gevolg haar inburgering examen Nederland afgelegd op de Ambassade van Madrid.



En nu zitten we in quarantaine in Plougasnou Le Diben in Frankrijk. Maar wat mooi dat we dit plekje gevonden hebben. We staan aan de haven. In het dorp niemand op straat. Sporadisch rijdt er een auto voorbij. Ik werd vrijdag drieënzeventig jaar. Tot tweeënzeventig jaar en tien maanden heb ik niet zoveel contact met de politie gehad als de laatste twee maanden. De Gemeentepolitie, de Rijkspolitie en de Veldwachters. Elke dag komen ze wel even voorbij. Nikolett vindt één politieman een mooie man, gelukkig komt die niet vaak, ha, ha.

Het weer is hier erg wisselvallig. Veel koude NO-wind. Het uitzicht en de getijden van wel zeven meter waterverschil maakt veel weer goed. De watervogels die bij eb hun voedsel komen halen zijn een lust om naar te kijken. En we staan alleen. Heerlijk. Met water voorhanden die ik in een 10 liter jerry can naar onze HOW draag. En het toilet en de vuilwatertank kunnen we legen. Wat wil een mens nog meer? Nou? LPG Gas en boodschappen graag. Daarvoor gaan we éénmaal in de veertien dagen op reis naar de stad, twintig kilometer van hier. Maar de enorme LPG-tanken zijn niet altijd vol. De derde keer moesten we nog een twintig kilometer extra rijden. Boodschappen en LPG halen we bij het CASINO Supermarktketen. Wat een oplichters. Ze doen hun naam eer aan. Je krijgt bij de eerste keer tegoedbonnen van ongeveer 10%. Maar, weten we nu, deze moeten ingeleverd worden binnen een week. Duur dus!!! De eerste keer 260 Euro voor twee weken leeftocht. Terwijl wij 130 Euro voor twee weken gewend zijn. De tegoedbon van 26 Euro kregen we de tweede keer niet retour. Volgende week vrijdag terug naar LIDL en dan maar LPG tanken ergens anders.

Elke dag doen we onze oefeningen. Hardlopen is niets voor mij. Dus race ik rond op mijn fiets. De parkeerplaats is 100 x 50 m. Vijftien rondjes haal ik nu met gemak met 40 km per uur. Ga ik straks lekker met Herman een tour doen. Rek- en strekoefeningen met twee vier kilo gewichten. Nikolett heeft zo haar eigen oefeningen.

Dan “s avonds lopen we een rondje naar de haven. De vissers gaan er nog elke dag op uit. Krabben en kreeften vangen vermoeden we. 

De klap op de beurs heeft veel van ons gespaarde vermogen (op papier) naar beneden laten donderen. Als dat een lang termijn zo blijft dan heeft dat invloed op onze wereldreis. Maar ik heb de studieboeken weer uit de kast getrokken en met “daytrading” probeer ik een tweeduizend euro per maand bij te verdienen. En die verdienste zet ik nu mooi even apart. Wat de indexen dan doen, nog meer afknabbelen van ons vermogen, zien we dan wel weer.

Jullie snappen het al. Ik heb het berendruk. Het valt niet mee om drieënzeventig te zijn. Tjonge, wat heb ik het druk... pffft.

Nog een korte mededeling voor mijn kleinzoons en kleindochters, die me in de steek laten met ideeën om alle staten van Amerika in mijn hoofd te rammen: We hebben hier contact met een lieve Franse dame met twee kleine kindertjes. Zij is getrouwd met een Amerikaan. En die weet een liedje om alle Staten te onthouden. Jullie horen nog, grrrr….kleine kinderen....


En wie denken jullie moet de was uitwringen en ophangen? 

Het is mistig vandaag. De vloed komt weer op. Koude wind weer uit het NO. De boekhouding, hoeveel geld we per maand spenderen, is weer op orde. Mijn Excel file voor mijn daghandelen op de beurs is uit- en bijgewerkt. Ik gun jullie een kijkje in mijn kladblok. Opdat jullie niet denken dat ik de hele dag uit mijn neus peuter. 


Geld verdienen betekent hard werken.


woensdag 18 maart 2020

Het leven in een HOW I


Voor diegenen die nog niet weten wat HOW betekent: Mijn kleinzoon Bart weet het wel. Zie zijn ingestuurde link https://youtu.be/k2jm0LbkeXY  En ga anders terug in mijn verhaaltjes. Daar is het al eens uitgelegd.

Het ritme in een HOW wordt hoofdzakelijk bepaald door drie hoofdthema’s:

1. Hoeveel gas hebben we nog in de flessen
2. Hoe vol is het toilet?
3. Hoeveel water is er nog in de tank?

Over dieselolie maken we ons geen zorgen. Die tank is altijd meer dan halfvol. Als je rijdt en verbruikt kom je ook tankstations tegen. Maar gas daarentegen is sterk afhankelijk van het weer. De gaskachel aan boord lust wel wat. Dus met koude dagen en nachten moeten we elke vijf dagen een vulstation zoeken. In Portugal is het gemakkelijk een Lpg-station te vinden, in Frankrijk moet je in de buurt van de grote steden zijn, ook al ligt het dan eigenlijk buiten onze route. Maar ook drinkwater in het buiten seizoen is niet altijd te krijgen. En dan het toilet! Die is vol in maximaal drie dagen, eerder elke twee dagen te legen. Sta je op een mooie rustige plek, maar is het toilet niet te lozen? Dan moet je weer verder na één overnachting. Kun je wel het toilet lozen maar heb je geen drinkwater? Dan na zes dagen weer verkassen, tenminste als je in die tijd slechts éénmaal onder de douche bent geweest.

Nu loopt niets synchroon. Je komt aan op een mooie camperplaats. De water tank is vol. Je hebt net de LPG-gasflessen gevuld. Het toilet is geleegd op de plaats waar je in de morgen bent vertrokken. De bottleneck, jullie voelen het al is het legen van het toilet. Twintig liter inhoud.

Wil je langer op een plaats blijven dan is de mogelijkheid om het toilet te kunnen lozen een vereiste. Maar als je het toilet kunt lozen en je kunt drinkwater tappen, dan kan slecht koud en guur weer, roet in het eten gooien. Want meestal kom je niet aan met volle gastanks als er net een mooi weer periode geweest is. Met zon en warme nachten kun je drie weken met het gas doen. Zul je net zien dat het gas op is.

Dan de onder-thema’s van het leven in een HOW:

1. Zon of geen zon.
2. Zin of geen zin
3. Kleine irritaties

Tussen zon en geen zon zit met het weer een heleboel variaties. Het kan de hele dag gieten. En soms een enkele bui met wolkenvelden. Zon in deze tijd van het jaar maakt je vrolijker. Straks misschien in de hitte van de Nevada woestijn zit je erop te vloeken. De hele dag regen zodat je bijna geen stap buiten de deur kunt zetten geeft ons pijn in de rug. En pijn in mijn heupen. Van het vele zitten. Dan slaap ik slecht en sta ik een beetje geradbraakt op. Regent het ook de tweede dag dan…….

Kleine irritaties hebben we gelukkig niet veel. Als man moet je wel het volgende in acht nemen: Je doet liefdevol de afwas. Tussen de vele afwas staat een theekop met onbestemd grijs water. Die gooi je eerst leeg natuurlijk. Dan kan het je gebeuren dat je een felle uitval krijgt waarom je het citroensap weggooit. Au! En dan wordt er een dag gemokt. Omdat ik die nacht slecht geslapen heb en ik uiteraard ook fel reageer op deze attack.

Die lieve vrouw van mij heeft geen gewoontes. Nu hoor ik jullie al zeggen dat dit een mooie eigenschap is voor een mens. Hmmm. Het spijt me, ik ben het daar niet mee eens. Als de ander gewoontes heeft, dan kun je haar eens lekker verwennen. Precies de koffie maken die zei lekker vindt. Of die chocoladereep kopen die erin gaat als koek. Of haar favoriete parfum kopen als je werkelijk een slechte beurt gemaakt hebt.

Geen gewoontes hebben (geef mij maar elke morgen mijn Lipton Classic thee, kaas, bruinbrood en honing of jam en je hebt geen kind meer aan mij) maakt het lastig om een liefhebbende echtgenoot te zijn. “Zet je een kopje thee voor mij?” “Natuurlijk schat” zeg je dan. En wanhopig staar je naar de tien verschillende smaken thee in de lade. “Welke wil je, lieverd?” “Oh, doe mij maar die rode” hoor je dan. Je ziet nog drie soorten thee die aan de criteria rood voldoen. Rooibos waarvan je eindelijk weet dat die rood kleurt na het trekken. En twee soorten die in een rood zakje zitten. Jullie voelen hem al….

Koffiezetten voor mijn vrouw? Daar begin ik niet meer aan. (Voor mij heet water en een schepje nescafé. Geen melk, geen suiker. Dus geen gezeur over hoeveel melk precies en hoeveel klontjes suiker. Tjonge, wat ben ik toch een gemakkelijke man) Mijn vrouw heeft nu wel alle manieren geprobeerd om koffie te zetten. Zelf koffie malen. Een dure ingewikkelde machine het werk laten doen. Percolator koffie. Met kokosmelk. Met amandelmelk. Met gewone melk. Met rietsuiker. Met Acave siroop. Op dit moment is het ritueel: Een kannetje water op het gas zetten omdat de koffiekop voorverwarmd moet worden. (Wegens slechte ervaringen bij het bestellen van een Cappucino in de steden. Waar te koude melk in de hete koffie wordt gegoten. En dan wegens laksheid nog te lang blijft staan voordat het op jouw tafeltje verschijnt. Een grote fustratie voor mijn vrouw) Dan gemalen koffie in een filter afstrijken en in een apparaat doen die haar overgrootmoeder in Hongarije ook gebruikte. Maar eerst moet de oude koffie eruit en die zit soms muurvast. Zorg wel dat er water in het apparaat zit. Maar niet te veel. Dan heb je kans dat het apparaat ontploft wegens te veel druk. Vertrouwen in een oeroud overdruk ventiel hoef ik toch niet te hebben? Geloof me. Ik hou van haar. Dus ik heb het geprobeerd. Maar de pot was de avond daarvoor al voorbereid. Gooi ik goede koffie uit dat rot filter. En dan krijg ik in de vroege morgen wat meewarige geluiden uit het bed van mijn lieve echtgenote.

Achtentwintig jaar zijn we samen. En ik ben nog steeds verliefd op mijn Nikolett. Zij is zorgzaam. Kritisch. En kookt heerlijke gerechten. Maar verdorie, waarom heb ik haar niet meer onder de duim gehouden. Ik krijg constant lik op stuk als ik haar een beetje plaag. Maar dan schieten we toch in de lach. Tenminste, als de zon schijnt en als ik goed geslapen heb. En als we gas en water hebben. En de vuilwatertank geleegd kan worden. En de boodschappen zijn gedaan. En als ik bruin brood met kaas heb. En als honing ingekocht is. En als het drinkwater van een kwaliteit is dat ik niet een grauw waas op mijn Lipton Classic thee krijg. Ik een moeilijk mens? Hoezo?

Wat ben ik blij dat IK dit blog schrijf. Anders zou het stuk tekst van Nikolett veel langer zijn dan ik heb opgeschreven zegt zij. Over MIJN GEWOONTES en andere onhebbelijkheden. Het schijnt een lange rij te zijn volgens mijn vrouw. Dat klopt natuurlijk niet. Dat weten jullie toch? Toch?  HELP!!



woensdag 11 maart 2020

Ontdekking tochtje?

In Tynaarlo had je het bedrijf Neef. Zij trainden draf- en rensport paarden. Zo een paard die voor een wagentje met twee dunne (fiets) wielen loopt. De menner zit op het wagentje. De teugels strak in de hand. En goed beschermd met een doek voor de mond en een pet op zijn hoofd en een bril voor zijn ogen. Tegen het opspattende zand. Het paard mocht niet in galop. In draf zo hard mogelijk lopen.

Trainen gebeurde op de Loopstukkenweg. Dat was een rechte zandweg vanaf het dorp tot aan het punt bij het spoor waar wij woonden. Briesend en snuivend, witte zweet schuimvlokken van zijn flanken spattend, kwam dat paard op de smalle weg op je af. Het was een imposant en bedreigend gezicht. Je zorgde er wel voor dat je ruim baan maakte. 





Met dank aan Willem van der Sluis van Draf- en Rensport. https://www.archiefndr.nl/Nieuws.htm
Op de foto is Klaas Neef  (nr. 14) uit Tynaarlo te zien tijdens een wedstrijd in 1947, mijn geboortejaar. 


Direct aan het begin van de Loopstukkenweg woonde visboer Veenstra. Bij het vis bakken komen kleine deeltjes vrij die op de olie gaan drijven. Dat heet: “kaantjes” Soms kregen we kaantjes in een puntzakje van krantenpapier. Heerlijk. 




Met dank aan Jo Van Caenegem van http://www.streekproduct.be/




Tegenover de visboer woonde de mollenvanger. Hij had een bakje achter op de fiets. Als hij er op uit ging om mollen te vangen, sprong zijn keeshondje achter op de fiets in het bakje. 

Lees dit bijzonder interessant artikel  van Ria. Kijk naar de foto uit 1960. Dat is precies het plaatje uit mijn jeugdherinnering. Ik spreek over 1956/57 toen dat plaatje in mijn herinnering is blijven hangen. Want ik zag de mollenvanger natuurlijk ook aan het werk bij ons in het veld. Ik mocht bij hem thuis op bezoek komen om de velletjes die hij in houten raampjes opspande, te bekijken.  https://riahorter.com/OH04_Jacht_Mollenjacht.pdf

Ook een prachtig artikel over een mollenvanger in De Gooi en Eemslander:
https://www.gooieneemlander.nl/cnt/dmf20180926_82918921/de-bontjassen-van-de-mollenvanger?utm_source=google&utm_medium=organic

Op een dag met wat vriendjes zouden we naar het villapark gaan. Een bos net over het spoor met mooie villa’s. Het dochtertje van de visboer wilde mee. Dat mocht. Maar dan moest ze wel haar broekje laten zakken in het bos. "Dat is goed" zei ze. Die belofte was spannend. Het duurde een tijd voordat we achter wat bomen een mooi plekje vonden. Maar wel vlak bij de (zand)weg. Het bos was verdeeld in percelen en elk stuk was nu ook weer niet zo groot. 

Het moment was daar. Het zou gebeuren. 

Briesend en snuivend hoorden we iets aankomen. Tussen de bladeren door glurend zagen we Neef! Met zijn paardenkar. Recht op ons af. We vlogen allemaal een richting op. We hebben niets van het meisjes mysterie gezien.

Na commentaar van mijn negenenveertig jarige dochter, directrice van een grote basisschool:
"Ik vind het heerlijk om je blogs te lezen maar deze laatste vind ik een raar verhaal. Ik weet dat het onschuldig is en bij kinderen hoort maar zie niet de toegevoegde waarde. En daarbij voelt het als lezer ongemakkelijk. Weet niet of ik de enige ben die dit denkt of de enige die het terug geeft?" 😘

Hieronder mijn aanvulling en het hoofd van dit artikel "Het dochtertje van de visboer" aangepast in Ontdekkings tochtje? 

In mijn ogen een onschuldig verhaaltje in de sfeer van "doktertje" spelen als kind. Was het maar altijd zo onschuldig. Het is intriest de verhalen in het nieuws van kindermisbruik. Maar de "open informatie tijdperk" van het internet drukt ons nu op de werkelijkheid. Want ook vroeger was er misbruik. Meer dan nu waarschijnlijk. Drie op de vijf meisjes hebben ernstige of minder ernstige herinneringen aan hun jeugd zeggen de onderzoeken. Vaak worden die herinneringen weggedrukt. Totdat deze op latere leeftijd toch noch bovenkomen. Daarom heb ik er hier nog meer over te vertellen. Maar op dat artikel broed ik nog. Eigen ervaringen uit jouw jeugd moeten je helpen om jouw kinderen die geboren worden, door kritieke periodes te loodsen. Daar zijn we als ouders dan toch vaak niet alert genoeg. (Laten we het misbruik van jongetjes vooral door de katholieke kerk niet vergeten)